Staatsexamen, programma II (Of: Mijn ervaring)

Please note this post will be in Dutch. For my English-only readers, it basically talks about my experience taking a Dutch language test issued by the government with four sections: writing, speaking, reading and listening. Successfully passing each section (either together or separately if a part needs to be re-taken) fulfills a requirement for Dutch residency that must be done within 3 years. I’m pretty sure I passed every section the first time around, but I won’t know for about 5 weeks.

Op woensdag en donderdag heb ik het Staatsexamen: Nederlands als Tweede Taal, programma II gedaan. Het doel van programma II is om te laten zien dat je op een hbo/universiteit niveau kunt werken of studeren. Programma II is B2 niveau (zie ook Gemeenschappelijk Europees referentiekader).

Ik heb het examen vooral voor het plezier gedaan maar het is ook goed voor mijn inburgering. Binnen drie jaar moet je een taalexamen doen. Het laagste examen is het inburgeringsexamen (A2). Dan heb je NT2 programma I (B1) en NT2 programma II (B2). Je moet één van de toetsen doen. Als ik voor NT2 geslaagd ben (alle vier delen), dan hoef ik geen toetsen meer te doen.

Ik heb mijn examen bij de Rijswijk examenlocatie gedaan (vlakbij Den Haag). Dus misschien is sommige dingen anders voor je.

Algemene informatie:

1. Ze leggen ALLES uit. Punt voor punt – ze geven je veel informatie over wat mag en wat mag niet, wat je bij het examen moet doen, hoe de computer werkt, enz. Je kunt ook het meeste van de informatie op cve.nl vinden voordat je het examen doen.

2. Je mag alleen je oproeppapier en identiteitsbewijs in de examenzaal brengen. Als je met schrijven of lezen bezig bent, kun je maximaal ook drie woordenboeken brengen (kijk op cve.nl voor de woordenboekregels). Je moet hun pen gebruiken; je hoef geen pen mee te nemen.

3. Het is misschien slim om eerst een aspirine in te slikken. Met spreken (30 min.) en luisteren (70 min.) moet je een koptelefoon dragen. Het is groot en zwaar en ook heel pijnlijk te dragen. Ook is het misschien beter om geen oorbellen te dragen vanwege de koptelefoons.

4. Plan niks intensief nadat je klaar met de examen(s) bent, vooral als je twee delen in een dag hebt. Je wil alleen op de bank of in je bed liggen. Ik was doodmoe en had hoofdpijn, vooral na schrijven en spreken.

5. De oproepbrief zegt dat ze geen eten en drinken bij de examenlocatie hadden, maar Rijkswijk had wel een gratis drinkapparaat met koffie, water, etc. Je mag wel eten en drinken in de examenzaal brengen (nou, bij Rijswijk kun je dat doen. Misschien is het anders in een ander gebouw…)

6. Je moet al je spullen in een kluis zetten, vooral je telefoon en horloge (er zijn klokken in de zaal). Je mag ze niet in de examenzaal brengen. Bij Rijswijk zijn de kluizen in de wachtkamer, dus je mag ze gebruiken wanneer je wilt.

7. Je kunt 4 of 5 voorbeeldexamens op cve.nl vinden. Kijk ook bij je bibliotheek. Den Haag Centraal heeft bijvoorbeeld 2002-2003?, 2009, 2012.

8. Je krijgt bij elk deel “kladpapier”. Dat was namelijk een papier met je examennummer en andere informatie. Als je dat papier omdraait, dan had je je kladpapier.

9. De stem die bij luisteren en spreken hoort was de zelfde als bij de voorbeeldexamen (een man). Ik bedoel bij de introductie/voorbelden enz. Ook was het geluid vrij loud – je gaat geen probleem hebben om alles te horen.

Schrijven (eerste dag)

De eerste toets voor mij was schrijven. Daar heb ik eigenlijk bijna geen problemen. Ik maak wel fouten, maar ik maakte geen zorgen over het schrijfexamen.

1. In 2014 krijg je 90 minuten om een deel met de computer te doen. 4 korte zinnen, 2 korte opdrachten en een lange schrijfopdracht. Daarna heb je een korte pauze en dan doe je een kort deel (30 minuten) met pen en papier. Daar heb je 4 korte zinnen en een korte opdracht. In 2015 is het helemaal digitaal voor programma II (dus je moet naar de website kijken omdat het dan anders is).

2. Het is beter als je eerst een paar minuten neemt om naar alle vragen te kijken. Dan weet je welke vraag het moeilijkste is.

3. Maak je geen zorgen als mensen heel veel typen. Je moet jezelf vertrouwen – je weet hoeveel je moet typen/schrijven.

Spreken (eerste dag)

1. Spreken bestaat uit drie delen – bij de eerste moet je meestal alleen een paar woorden of maximaal twee zinnen zeggen. Maar heel veel mensen hebben de hele tijd gebruikt. Denk even dat als je meer zegt dan heb je meer kans om fouten te maken!

2. Met het tweede deel moet je een beetje meer zeggen. Je krijgt ook meer tijd om voor te breiden en alles te zeggen (dertig seconden of zo?).

3. Bij programma II (en niet programma I) heb je bij het derde deel twee lange spreekopdrachten. Daar heb je twee minuten om alles voor te bereiden – het is best om aantekening te maken – en twee minuten om alles te zeggen. Kijk naar een voorbeeldexamen.

4. Bij het spreekexamen was er een lege werkplek tussen elke persoon. Iedereen moet het examen tegelijk doen. Dus hoor je de antwoorden van iedereen. Je moet op je eigen antwoord concentreren en niet de antwoord van je buurvrouw! Dat is soms lastig.

5. Het gaat heel snel. Er zit geen tijd tussen de delen. Ik kan me bijna niks herinneren van de vragen.

Lezen (tweede dag)

1. Het duurt 100 minuten. Je hebt meestal 40-42 vragen (voor mij was het 42). Naar mijn ervaring waren de vragen een beetje moeilijker dan in de voorbeeldexamens.

2. Toen ik het antwoord voor een vraag niet helemaal wist, schreef ik het vraagnummer op mijn kladpapier. Toen ik klaar was, had ik misschien 6 of 7 vragen. Maar ik wist al dat ik meer fouten mag maken om een voldoende te krijgen, dus maak ik nu geen zorgen over lezen (ik heb dit ook gedaan voor luisteren).

3. Gebruik je woordenboek allen als het echt nodig is. Anders verlies je tijd en je moet alle 100 minuten gebruiken.

4. In het begin werkte ik een beetje te langzaam. Daarna heb ik besloten om de tijd op mijn kladpapier te schrijven toen ik naar het volgende leesstuk ging. Daardoor wist ik hoeveel tijd ik nog had.

Luisteren (tweede dag)

1. Voor mij was dit deel makkelijk behalve het laatste stuk. Ik vond het een beetje moeilijk om te concentreren (vanwege de pijnlijke koptelefoons, etc.).

2. Je moet je concentratie echt houden. Je hoort het geluid maar een keer, niet meer. Je mag terug naar de vorige vraag, maar dat is een beetje gevaarlijk. Dat betekent dat je niet naar de huidige vraag kijkt.

3. Om dit deel goed te doen heb ik bijna elke werkdag naar Radio 1 geluisterd (dat is vrij makkelijk bij mijn baan te doen). Je hoeft ernaar niet altijd te luisteren, alleen de stemmen horen.

Toen was het klaar! Ik moet vijf weken wachten om de uitslag te krijgen. Hmmmm…

Update: ik heb mijn uitslag gekregen. 

Advertisements
Categories: NT2 Staatsexamen Programma II | Tags: | Leave a comment

Post navigation

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

%d bloggers like this: